Er stapt een man met zes koffers op de trein naar Wembley Park.
Twee jongens zitten op de bankjes tegenover elkaar, de ene draagt een doorschijnend voetbalsjaaltje op zijn hoofd als een regenkapje, hoewel het vandaag zeker niet regent.
Als hij de man met de zes koffers opmerkt staat hij op en helpt de man met alle koffers op tijd op de trein te rollen. De deuren sluiten en de jongen gaat terug zitten.
In dezelfde wagon zitten twee mannen naast elkaar en praten. Ze begroeten de man met de zes koffers.
Where are you from? vraagt een van de twee.
Liberia, antwoordt de man met de koffers. Ik ben mijn vader gaan begraven. Hij wijst naar de zes koffers alsof hij de hele klerenkast van zijn vader heeft meegenomen. Er volgt een mooie doch droeve stilte. Noch de mannen of de jongens reageren op dit eerder triest antwoord.
Hoe gaat het met je familie? vraagt een van de twee mannen. Hij lijkt het vorige antwoord niet volledig begrepen te hebben, de man is oprecht geïnteresseerd.
Mijn vader is dood maar met mijn familie gaat het goed, dankje, antwoordt de man met de koffers.
Er volgt weer een stilte waarna een van de mannen zegt dat we alleen maar kunnen bidden voor hem en zijn familie.
Vervolgens knoopt de jongen met het voetbalsjaaltje opnieuw een gesprek aan met de man met zes koffers, over voetbal. De match was eerder slecht, zucht de jongen. Het werd 2 – 2. Ooit zaten ze in de top 6 van beste ploegen antwoordt de man met de koffers dromerig.
Ja, top 6 besluit de jongen met het sjaaltje dromerig, hij knikt.
Leave a comment